VIBA Café 9 juni 2011: Andy van den Dobbelsteen: De bevrijding van fossiele energie

 

Door Andy van den Dobbelsteen

Ruimtelijke en technische oplossingen, die bijdragen aan een energieneutrale gebouwde omgeving, die onafhankelijk is van fossiele of nucleaire energie.

Ook al is dat nog niet direct aan den lijve te voelen, planners, ontwerpers en ingenieurs moeten vanaf nu binnen heel andere randvoorwaarden bezig zijn met de gebouwde omgeving.

Een van de grootste uitdagingen is een tijdige transitie naar een duurzaam energiesysteem. Ondanks een groeiende vraag naar elektriciteit is er lokaal genoeg energie te benutten danwel op te wekken, waarmee onze gebouwde omgeving onafhankelijk kan worden van fossiele en nuclaire energie.

In deze lezing wordt ingegaan op deze oplossingen.

Personalia

Andy van den Dobbelsteen is aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft hoogleraar Climate Design & Sustainability. Vanuit die positie doceert en onderzoekt hij duurzaam bouwen, met een sterk accent op de technische duurzaamheid, vooral energie, door alle schaalniveaus heen, van bouwdetail tot regionale ontwikkelingen.

Andy is daarnaast, onder andere, ook expert-auteur van de website www.duurzaamgebouwd.nl en dagvoorzitter van de Nationale Dubodagen.

(download de presentatie in PDF formaat – 15Mb: klik op het plaatje hierboven)

Verslag

Door: Gerrit de Weerd

De bevrijding van fossiele energie

VIBA-café,  9 juni 2011 – Prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen
TU Delft, Faculteit Bouwkunde, Climate Design & Sustainability

 

Het is de hoogste tijd om anders te gaan plannen, ontwerpen en bouwen!

In de nabije toekomst zullen we rekening moeten houden met de gevolgen van klimaatverandering, het water- en warmte-effect, het opraken van fossiele energiebronnen en verschillende grondstoffen. Aangezien we nu nog voor 94% afhankelijk zijn van fossiele grondstoffen is de urgentie groot om met name op dat vlak maatregelen te treffen. Binnen 75 jaar zijn de fossiele brandstoffen op, inclusief uranium. En binnen 25 jaar is ons eigen aardgas op. Laten we daarom de resterende fossiele energie gebruiken voor transitie richting een duurzame energievoorziening, en niet om het fossiele tijdperk te verlengen.

De transitie wordt volgens Andy van den Dobbelsteen bewerkstelligd door een slim en bioklimatisch ontwerp, door het benutten van lokale potenties van vernieuwbare energie en restenergie en energiebesparing.

Slim en bioklimatisch ontwerpen is een ontwerpbenadering die lokale karakteristieken intelligent integreert in het duurzame ontwerp van gebouwen of stedenbouw. Uitgangspunt daarbij is het adaptieve gezonde binnenklimaat, naast het in kaart brengen van lokale klimatologische en natuurlijke omstandigheden en de gevolgen van menselijke ingrepen. Middels de daaruit afgeleide randvoorwaarden kan een  slim (steden)bouwkundig ontwerp gemaakt worden.

Het in kaart brengen van lokale klimatologische en natuurlijke omstandigheden wordt Energy Potential Mapping genoemd. Voorbeelden van EPM zijn studies van de TU Delft voor de provincie Groningen, de gemeente Hoogezand-Sappemeer en een planvoorstel op basis van EPM voor Almere-Oost.

In het huidige energiesysteem gaat veel energie verloren, ook hier kan nog veel gewonnen worden.

Een slim en intelligent energiesysteem is cascaderen, en tot 6x effectiever dan het huidige energiesysteem.. Bij het cascaderen wordt restenergie doorgegeven naar een volgend bedrijf met een kleinere energievraag, deze geeft de restenergie eveneens weer door. Diverse stedelijke functies kunnen op deze manier logische combinaties vormen als gekeken wordt naar warmte-overschot, koudevraag en elektriciteitsbehoefte.

De TU Delft heeft voor Rotterdam de REAP opgesteld, Rotterdamse EnergieAanpak & -Planning, de Amsterdamse variant heet LES, Leidraad Energetische Stedenbouw.

Uit het onderzoek in Rotterdam en Amsterdam blijkt dat het slimme energiesysteem van grof naar fijn opgebouwd moet worden, cascaderend. Met op centraal niveau de grote, stedelijke systemen en decentraal de lokale wijk- of buurtsystemen. En als laatste in de keten de individuele systemen op gebouwniveau.

2025 is het ijkpunt om de opwarming van de aarde met meer dan 2 °C te voorkomen en tevens het ijkpunt voor tijdige omschakeling naar investeringen in duurzame energietechnologie. De aanpak van bestaande bouw is daarbij essentieel en het meest effectief aangezien tot 2025 maximaal 10% van de huidige voorraad vervangen kan worden. Daarnaast moet alles wat er nog bijkomt tenminste energieneutraal zijn.

Om dit doel te bereiken is een revolutie nodig: E-novatie, energierenovatie-innovatie. Oftewel transformatie van stad, buurt, gebouw en technologie.

Binnen de E-novatie is verminderen van de warmtevraag oplosbaar, lastiger is het voorzien in duurzaam opgewekte elektriciteit bij het huidige verbruiksniveau vanwege het grote ruimtebeslag van dergelijke duurzame systemen.

De financiële kant van de transitie vraagt eveneens om innovatie aangezien overheidssubsidies worden afgeschaft of beperkt ingezet. Wellicht is een revolverend fonds een beter en eerlijker alternatief, of investeringshulp waarbij bedrijven voor particulieren investeren, met terugbetalingsregeling. Of duurzaamheidsafhankelijke gemeentebelastingen, belasting op afvalwarmte en opbrengst gebruiken voor investeringen. En anders zijn er wel deals met leveranciers te sluiten, of is meedoen in Europese projecten meer dan interessant. En waarom niet gewoon investeren in goede spullen, zonder terugverdientijd?

Naast onderzoek naar innovatie en mondjesmaat implementeren zijn er echter ook plaatsen waar de transitie al in volle gang is. Freiburg is al jaren Duitslands meest duurzame stad, en het Deense eiland Samsø is dankzij windenergie en andere hernieuwbare energiebronnen al nagenoeg volledig energieneutraal.

VIBA

VIBA

Scroll naar top

VIBA nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief