Verslag VIBA-Café 5 maart 2009: Inspirerend en verantwoord interieurontwerp

door Ingrid Hendrickx, Interieurarchitect BNI.

Vanuit het perspectief van een interieurontwerp wordt bekeken hoe je maatschappelijk verantwoord kunt ondernemen; als klein bedrijf èn als wereldwijde onderneming. Hoe selecteer je materialen en producten? Welke criteria leg je aan?

Ingrid Hendrickx vertelt hoe zij als klein bedrijf, maatschappelijk verantwoord onderneemt. Daarnaast heeft zij sprekers uitgenodigd die ieder vanuit hun eigen organisatie dieper ingaan op dit thema. Dit zijn Stella van Himbergen, project manager bij Dutch Design in Development (DDiD). Productontwerper Rixt Reitsma ging voor DDiD op het eiland Java aan de slag en vertelt over haar ervaringen daar. Daarnaast zal Wessel Breeuwsma, directeur van Herman Miller Nederland ingaan hoe dit bedrijf omgaat met dit thema.

Listrik lamp
Ontworpen door Rixt Reitsma en Lidewij Spitshuis
Ontwikkeld door DDiD in opdracht van More than Hip

Ingrid Hendrickx, heeft sinds 1994 een eigen bureau, Interior Sense, gespecialiseerd in natuurlijke interieurconcepten. Zij werkt voor overheid, bedrijven en particulieren.
www.interiorsense.nl

DDiD is een organisatie die werkt voornamelijk in opdracht van Nederlandse bedrijven om de import van duurzaam geproduceerde producten uit ontwikkelingslanden te bevorderen. Zij koppelen Nederlandse ontwerpers aan fabrikanten in ontwikkelingslanden.
www.ddid.nl

Rixt Reitsma is productontwerper.
www.rixxt.nl

Herman Miller produceert en verkoopt Cradle to cradle gecertificeerd kantoormeubilair en past deze filosofie ook in hun bedrijfspanden toe.
www.hmergonomics.com

Verslag

Verslag VIBA café 5 maart.
door Toon van Hooijdonk

Het VIBA café van donderdag 5 maart stond in het teken van het interieur, accessoires, Fairtrade en Cradle to Cradle. Vier sprekers kregen ieder ca. 20 minuten, gevolgd door een discussie.
Ingrid Hendrickx begon en deed verslag hoe zij, in haar ontwerppraktijk, tot materiaalkeuzen komt. Naast bekende milieukeurmerken maakt Ingrid gebruik van een zelfontwikkelde checklist. Enige projecten (o.a. Wijkbureau Zuid gemeente Utrecht) en nieuwere, ecologische materialen (o.a. Kireiboard) werden getoond. Praktische problemen in een ecologisch project zijn de wat hogere investeringskosten (dit ook ten gevolge van keurmerken) en soms de botte en weigerende onbekendheid van derde partijen. Hier staat haar optimistische conclusie tegenover, dat mensen veel blijer worden van goede keuzen. (Zie: http://www.interiorsense.nl/)
Stelle van Himbergen legde uit hoe Dutch Design in Development in opdracht bemiddelt tussen Nederlandse productontwerpers en locale (ambachtelijke) producenten in ontwikkelingslanden en waarom dit voor alle partijen en win-win situatie is. (Zie: http://www.ddid.nl/ ).
Dit werd bevestigd door Rixt Reitsma die samen met Lidewij Spitshuis, namens DDiD, in Indonesië heeft gewerkt. Intensieve samenwerking en communicatie met de locale producenten en bevolking leverde in korte tijd maar liefst vijftien nieuwe producten op. Deze worden nu ook op de Europese markt worden aangeboden. (Zie: www.morethanhip.nl/wemade en http://www.rixxt.nl/).
Als laatste kwam Wessel Breeuwers van de firma Herman Miller aan het woord. Hij ging in op de historie van het bedrijf, haar gewoonte om met externe ontwerpers te werken en haar bedrijfspanden (milieu-)verantwoord te bouwen. Vervolgens kwam de Mirra- en Aeron-stoelen aanbod. Er werd ingegaan hoe het C2C principe van M. Braungart en W. Macdonough in deze stoelen is verwerkt. Zo is de Mirra stoelen in 30 seconden te demonteren. Ook het toekomstplan om van ‘financial lease’ naar ‘operational lease’ over te schakelen kwam aan bod. Het sluiten van de kringloop zou dan beter gegarandeerd worden. (Zie: http://www.hmergonomics.com/)
Hierna was er gelegenheid tot vragen en discussie. Wessel Breeuwers had de zaal op scherp gezet door te stellen dat een chemisch behandeld wollen tapijt schadelijker is dan een synthetisch tapijt. Toen werd plotseling Fairtrade in verband gebracht met een toename van intercontinentale goederenstromen en daarmee gepaard gaande nadelige milieueffecten. De hedendaagse wildgroei aan kostbare certificaten en keurmerken, die niet aan een democratische controle onderworpen kunnen worden, werd onder de aandacht gebracht. Mijn persoontje deed van harte mee, daar niet van. Maar het antwoord op de vraag: ‘waarom zijn de getoonde intenties, werkwijzen en producten zo’n goede stap in de goede richting?’, bleef hierdoor, wat mij betreft, toch wat onderbelicht. Kritiek is mogelijk, indirect een goede drijfveer tot verbetering. Maar achteraf gezien, vallen de opgemerkte nadelen toch weg tegen de verbeteringen. Zijn gemotiveerde en oprechte complimenten niet effectiever dan kritische noten?

VIBA

VIBA

Scroll naar top

VIBA nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief