VIBA Café 1 december 2011 :: Mag het ietsje meer zijn?

Daglichttoetreding in woningen, vooral ook graag voor senioren.
door Truus de Bruin-Hordijk
Door de sterke vergrijzing die we de komende jaren in onze samenleving kunnen verwachten is het noodzakelijk om ons te realiseren dat bouwrichtlijnen, regels en normen geen onderscheid maken tussen gebouwen voor jonge of oudere mensen. Maar is dat eigenlijk wel juist? Onze zintuigen veranderen gedurende ons hele leven. Daar staan we niet altijd bij stil, maar bijvoorbeeld de noodzaak van een leesbril is meestal een eerste aanwijzing dat we een dagje ouder worden.
In deze lezing zal ingegaan worden op de vraag hoe belangrijk daglicht is voor de visuele taken die we doen, maar ook hoe belangrijk daglicht is voor ons biologische systeem.
Allereerst zullen een aantal algemene aspecten behandeld worden, geldig voor iedere leeftijdscategorie. Daarna zal er uitgebreid stilgestaan worden hoe ons oog in de loop van ons leven verandert en wat dat betekent voor de visuele en niet-visuele taken die ons lichaam iedere dag weer verricht.
Studenten binnen de TU Delft hebben onderzoek gedaan hoe ouderen wonen in hun woningen of in verzorgingshuizen, daarbij is met name de licht en uitzicht situatie onderzocht. Senioren zijn door middel van enquêtes bevraagd over de visuele situatie van hun leefomgeving en met meetapparatuur zijn verlichtingssterkten en luminanties gemeten en in kaart gebracht. Er zal tijdens de lezing verslag gedaan worden over dit onderzoek en de uiteindelijke vraag die bij deze lezing op tafel komt is dan ook: Wat is eigenlijk een goede visuele omgeving voor senioren?
Truus de Bruin-Hordijk (58) is opgeleid als vaste stof fysicus en is werkzaam geweest als docent natuurkunde/wiskunde op middelbare scholen en in het HBO.
Ze heeft natuurkundig onderzoek aan de TU Delft gedaan waarbij ze gepromoveerd is op een kristallografisch onderwerp.
Sinds 1997 is ze werkzaam binnen de Bouwfysica groep van de faculteit Bouwkunde van diezelfde TU Delft. Als universitair hoofddocent is ze tegenwoordig verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken bij de bouwfysica groep. Haar onderzoeken richten zich vooral op de visuele en thermische kwaliteiten van daglicht in binnen- en buitenruimten. Haar focus is gericht op daglicht om daarmee een bijdrage te leveren aan een gezonde, comfortabele en duurzame leefomgeving.
AANMELDEN:
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
VERSLAG
door: August van Vliet
Truus de Bruin Hordijk: Mag het ietsje meer zijn? Lichtbehoefte senioren in de woning, lopend onderzoek TU-Delft
VIBA Café 1 december 2011
Truus Hordijk geeft aan de TU Delft invulling aan het vakgebied Bouwfysica. Samen met twee afstudeerders Bouwkunde heeft ze onderzoek verricht naar de waardering van de verlichtingsomstandigheden in de woonomgeving van ouderen. Uit deze onderzoeken blijkt dat ouderen door met toenemende leeftijd optredende achteruitgang van hun ogen behoefte hebben aan vooral hogere lichtsterkten. En betere lichtkwaliteit. Het mag dus best ietsje veel meer zijn!
Voor de duiding van meetgegevens is het hoe en waarom is dan aan de orde. Daarvoor leidt Truus ons eerst in op de essenties van het oog, op de optredende veranderingen aan het oog met klimmende leeftijd en vervolgens op de dagelijkse praktijk in lichtcondities in seniorenwoningen en vier verzorgingshuizen.
De mens heeft twee ogen, waarmee hij diepte ziet in verschillen tussen donker en licht, tussen kleurnuances. Sinds Anthoni van Leeuwenhoek weten we dat het oog daartoe beschikt over twee soorten receptoren, de staafjes en de kegeltjes. Vrij recent (2002) heeft David Benson aangetoond dat het oog ook een derde soort receptor heeft, die de biologische klok reguleert. Het derde oog?
Als een echte camera bestaat het menselijk oog uit diverse onderdelen zoals lens met hoornvlies, kransspieren die scherpstellen mogelijk maken, een lichtdoorschijnende oogbol en aan de achterkant het netvlies met zijn lichtgevoelige receptoren. Al deze onderdelen zijn gevoelig voor veroudering. En op zo’n moment zetten alle veertigplussers meteen hun leesbril op om het scherp te zien. Achteruitgaand scherpzien, vertroebeling en vergrijzing van de oogbol, vergeling van de lens en sterk achteruitgaande waarneming van blauw, degeneratie van het netvlies, inperking van de zichthoek, verminderde waarneming lichtcontrasten. Maar ook angstgevoelens en fragiliteit, waardoor mensen liever veilig binnenshuis blijven. Samen met ontwikkelingen in typen lichtarmaturen (minder gloeilampen met hun goede brede spectrum aan licht) ten gunste van vooral de blauw lichtstralende LED- (en halogeen) verlichting geeft dit problemen in de dagelijkse praktijk. Dit temeer omdat huidige normgeving voor de ervaren lichtkwaliteit stoelen op het begrip lumen, dat weer gedefinieerd is vanuit de licht-gevoeligheid van vijfentwintigjarigen.
Uit de onderzoeken in seniorenwoningen en verzorgingshuizen blijkt, dat ouderen een sterke voorkeur hebben voor zonovergoten plaatsjes in de daglichtzone. In de inpandige ontsluitingsgangen verzorgingshuizen zijn de lichtsterkten geheel onvoldoende. Daarnaast zullen kleurcontrasten in bewegwijzering en belijningen sterker moeten zijn. In de gezamenlijke huiskamers ontbreekt het gewenste bovenlicht, van belang voor “derdeoog” en vergroting daglichtzone. De keuze van de armaturen blijft ook een punt van aandacht. Zie ook publicatie VIBA-Werkgroep verlichtingsbronnen .
Er is een belangrijke taak weggelegd voor gebouwontwerpers in het realiseren van (heel veel meer ) zonovergoten lichte plekken waar senioren prettig wonen.
VIBA Café 3 november 2011 :: Ecologisch landgebruik

De verbinding tussen de ecologische ideeën van De Twaalf Ambachten en de integrale bio-logische architectuur.
door Sietz Leeflang
Beide:
- streven naar vermindering van het energieverbruik
- streven naar een beter binnenklimaat o.m. door stralingswarmte, natuurlijke ventilatie en isolatie.
Ook gaat de lezing over:
- de erkenning dat de mens onderdeel is van een natuurlijke organische kringloop zoals door recycling en passende sanitatie, die op zijn beurt bijdraagt aan kringlooplandbouw.
- ecologisch landgebruik door vestiging van kleinschalige en regiogebonden boerderijen in zones rond de grote steden die door stadsgerichte kringlooplandbouw kunnen bijdragen aan voedselzekerheid voor de stedeling.
- en deze boerderijen brengen nieuwe werkgelegenheid, natuur- en landschapsversterking door biodiversiteit.
- het 'onderlandhuis', een semi-ondergrondse woning, die in de jaren '80 door de Twaalf Ambachten geïntroduceerd werd en waarvan de bouwwijze wordt gedemonstreerd door op het terrein in Boxtel. Het ‘onderlandhuis’ moet worden gezien als een bijdrage aan de ontwikkeling van de biologische landbouw. Het onderlandhuis tast het landschap niet aan dan door geringe, terpachtige hoogteverschillen in het landschap.
- sanitatie en decentrale afvalwaterzuivering, onderdeel van complete recycling, doelstellingen van De Twaalf Ambachten. Riolering is ecologisch niet meer acceptabel en wordt ook onbetaalbaar.
Sietz Leeflang (78) was tot begin jaren ’70 redacteur wetenschap van het Algemeen Handelsblad (later nog korte tijd bij het gefuseerde NRC-Handelsblad en vertrok toen om bijna anderhalf jaar te werken als researchvoorlichter bij het Philips natuurkundig laboratorium. Richtte in ’71 met zijn vrouw Anke de milieuproefboerderij De Kleine Aarde in Boxtel op. Zes jaar later volgde na hun vertrek de oprichting van hun tweede milieucentrum De Twaalf Ambachten, dat inmiddels 33 jaar bestaat en nu geleid wordt door dochter Lieselot. In 1990 kreeg Leeflang de ‘Global 500 Award’ van de VN. De laatste jaren ijvert hij voor kringlooplandbouw en vertaalde en bewerkte het 100 jaar oude Amerikaanse standaardwerk Farmers of Forty Centuries van F.H.King over de oude Chinese landbouw, die 4.000 jaar onafgebroken ecologisch optimaal functioneerde tot de kunstmest er een eind aan maakte. Van ‘Vierduizend jaar kringlooplandbouw’ verschijnt binnenkort de 2e druk bij Eburon.
AANMELDEN:
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
VERSLAG
door Willem Doreleijers
Lezing Sietz Leeflang: Ecologisch landgebruik
VIBA-café, 3 november 2011
Om te beginnen aan een verhalende lezing introduceert Sietz zich als een pionier in diverse vormen van duurzaam leven, wonen en bouwen in onze cultuur. Wat opvalt is de directe en welgemeende bescheidenheid tegenover de zaal. Hij zou liever een vakgenoot promoten dan zichzelf goed in de markt zetten. Hoe goed zijn eigen ideeën ook zijn. Een uniek gebrek aan eigenbelang en een sterke drang naar een socialere en leefbare wereld. Een wereld zonder octrooien en patenten.
De introductie gaat gelijk op met de historie van Sietz. De Kleine Aarde, daarna De Twaalf Ambachten, diverse ideeën en producten met de tegelkachel als terugkerend voorbeeld voor de maatschappelijke reactie op logische low-tech en duurzame ‘producten’. De idealen die met De Twaalf Ambachten uitgevoerd zijn passeren de revue met de notie dat de meeste dingen al eens eerder gedaan zijn. Ook de tegelkachel is gebaseerd op oude kennis.
Het onbegrip van Sietz voor de huidige gangbare verwarmingssystemen is niet alleen gebaseerd op het negeren van simpele feiten, maar ook op de ontkenning van de menselijke maat.
Na het pleidooi voor stralingswarmte volgt op verzoek vanuit de zaal het onderwerp van de lezingtitel: ‘Ecologisch landgebruik’. Maar voordat Sietz daar aanbelandt, wordt het thema bouwen en wonen vanuit het Twaalf Ambachten perspectief plastisch verder verteld. De ervaringen, overtuigingen en aanbevelingen over het bouwen zonder de natuur te schaden, laten weinig tijd over voor ecologisch landgebruik op een ander niveau.
De landbouw en het ecologisch landgebruik worden door Sietz beschreven in zijn bewerkte vertaling van F.H. King: Vierduizend Jaar Kringlooplandbouw. Hij gaat niet in op de details van het boek, maar vertelt door over de westerse landbouwcultuur vanuit zijn brede ervaringsveld. Enkele wetenswaardigheden:
- De Duitse chemie heeft de landbouw wereldwijd hervormd tot industrie. De uitvinders van kunstmest waren hier allesbehalve trots op.
- Industriële markten zijn dusdanig machtig dat natuurlijke superieure materialen (zoals de indigokleurstof) het onderspit delven.
- In Nederland is het boereninkomen sinds 2008 gehalveerd, per dag verdwijnen zes boerderijen, omdat voedsel perse goedkoop moet zijn.
- We spoelen bruikbare stoffen zoals fosfaten door de wc, terwijl er in de landbouw een tekort aan ontstaat.
- Sociale en praktische acceptatie spelen een sleutelrol in het gebrek aan eenvoudig uitvoerbare systemen zoals de Nonolet.
- Pas wanneer gas- en olieprijzen drastisch stijgen, worden kleinschalige (biologische) landbouwvormen noodzakelijk.
Helaas is Sietz vanwege de tijd genoodzaakt af te sluiten.
Na een kort dankwoord wordt de bewondering voor de pioniersdriften van Sietz onderstreept met een bijzonder lidmaatschap!
VIBA Café 6 oktober 2011 :: Stad van de Zon
Twintig jaar bezieling, visie, samenwerking, en vertrouwen
door Leendert Verhoef
Aan de zuidzijde van Heerhugowaard, grenzend aan de gemeentes Alkmaar en Langedijk, is een nieuw stedelijk gebied gerealiseerd: 'Stad van de Zon'.

Binnen "Stad van de Zon" zijn woningen en voorzieningen ingebed in een recreatiegebied dat ruim 170 hectare groot is.
Het recreatiegebied bestaat naast bos en ecologische zones, uit ruim 75 hectare water van zwemkwaliteit. Dit zijn slechts enkele van de ambities die voor het plan waren vastgesteld en grotendeels al zijn bereikt.
In de Stad van de Zon zijn de afgelopen 10 jaar energie, water, en sociale duurzaamheid vormgegeven door bezieling, visie, samenwerking, en vertrouwen.
Qua energie-voorziening is toegepast: besparing, zon-PV en warmtepompen aan/in de gebouwen zelf. En waterzuivering en wind-energie in de directe omgeving.
Het is een voorbeeld van ambitieuze visie, strategische doelen, en vasthoudendheid van gemeente, bouwkundig ontwerpers, productontwikkelaars en onderzoekers, met een belangrijke rol voor de stedenbouwkundige.
In de lezing wordt het proces en het stedenbouwkundige ontwerp belicht.
Leendert Verhoef is meer dan 25 jaar betrokken bij de ontwikkeling en introductie van zonne-energie. Na een promotie op verbetering van zonnecellen, werkte hij 5 jaar bij de ontwikkelafdeling van Shell Solar. Daarna runde hij enige jaren het martkintrodcutieprogramma autonome zonnesystemen bij Novem. Vanaf die positie bouwde hij kennis en ervaring op in marketing en ontwikkelingslanden. In 1998 startte hij zijn eigen adviesbureau. Momenteel is hij partner bij adviesbureau New-Energy-Works, van waaruit hij 10 jaar berokken was als adviseur bij Stad van de Zon. new-energy-works.com
AANMELDEN:
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
VERSLAG
verslag: Robert Jan Verkuylen
De Stad van de Zon, ontworpen door Ashok Bhalotra, is een ontwikkeling van circa 3.000 woningen met voorzieningen aan de zuidkant van Heerhugowaard. In het midden van deze Vinexlocatie ligt het Carré, een gebied van 700 x 700 meter.
Het doel van de ontwikkeling was om het Carré CO2 neutraal te maken. Is dat gelukt? De heer Leendert Verhoef zal deze vraag op het einde van zijn presentatie beantwoorden, maar voor het zover is worden de aanwezigen geprikkeld met enkele stellingen:
- Architecten weten niet hoe zonne-energie werk;
- Zonne-energievoorzieningen kunnen mooi worden toegepast;
- Zonne-energie is niet te duur.
Heerhugowaard had een suf imago. Twee ambitieuze wethouders wilden begin jaren negentig Heerhugowaard op de kaart zetten middels een aansprekend project: het grootste zonne-energie project van Europa. De Stad van de Zon was geboren.
In die tijd verkeerde zonne-energie nog maar het begin van de technische ontwikkeling. De ontwikkeling van PV-collectoren heeft sindsdien een enorme vlucht genomen. In het begin dacht men dat de prijs van zonnepanelen zou dalen als gevolg van de vraag naar zonnepanelen in de Stad van de Zon. Nu heeft Duitsland zoveel productiecapaciteit dat alle panelen voor de complete ontwikkeling in één uur gemaakt zouden kunnen worden. Volgens de heer Leenders is een van de lessen van dit project dat de technologische ontwikkelingen zo snel gaan, dat gedurende het proces de randvoorwaarden en uitgangspunten continu bijgesteld moesten worden.
Het project heeft een doorlooptijd van ruim 20 jaar. De ontwikkeling heeft twee economische recessies meegemaakt, en heeft op een aantal momenten aan een zijde draadje gehangen. Een andere factor die het plan onder druk heeft gezet was de prijs van zonnepanelen die, tegen de verwachtingen in, op een bepaald moment was gestegen als gevolg van de explosieve vraag in Duitsland. Uiteindelijk is het een hele prestatie geweest dat De Stad van de Zon is gerealiseerd. Dit ligt volgens Leendert Verhoef met name aan het doorzettingsvermogen van enkele individuen en de steun van subsidies.
Door middel van een fotoserie geeft de heer Leenders een impressie van enkele gerealiseerde woningen en de verschillende toepassingen van zonnepanelen. De aanwezigen zijn niet overwegend positief over de vormgeving van de panelen. Een van de constructies met zonnepanelen wordt de ‘(vuile) waslijn’ gedoopt.
Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat hier geen sprake is van een integrale aanpak. Er is slechts gefocust op één (duurzaamheids)aspect: energie.
Er wordt een vraag gesteld over de oriëntatie en de hellingshoek van zonnepanelen. De heer Verhoef legt uit dat in Nederland zonnepanelen tussen zuidoost en zuidwest georiënteerd moeten staan met een hellingshoek variërend van 25 – 55 graden. In de meest ongunstige situatie is het maximale verlies dan circa 20%. Met andere woorden, zonnepanelen zijn ook goed mogelijk op niet pal zuid georiënteerde daken.
De vraag aan het begin van de lezing was of het doel bereikt was om een CO2-neutrale wijk te realiseren. Het energieverbruik van de bewoners is vergeleken met de hoeveelheid energie die wordt opgewekt door de zonnepanelen en enkele grote windturbines. Die windturbines staan aan de rand van het plangebied en maken ook onderdeel uit van het plan. Uit de berekening volgt dat de wijk CO2-neutraal is, maar opvallend is dat de windmolens een significant deel van de energie opwekken.
VIBA Op Locatie 1 september 2011
Bezoek aan de Buitenkans in Almere
Voor info zie: www.debuitenkans.nl

Programma:
| Ontvangst | 16 uur | Hapje, drankje |
| Rondleiding en toelichting | 16u30 | De strobalen woning: Marc Crijns |
| Lezingen | 17 uur | Het CPO van de Buitenkans: Chris Posma |
| 17u20 | Het ecologische landschap van de Buitenkans: Hyco Verhagen | |
| 17u40 | De woonhuizen van de Buitenkans: Renz Pijnenborg | |
| Rondleiding | 18 uur | Wandelen door de Buitenkans |
| Eten | 19 uur | Met dank aan en bereid door de gastvrouw: Simone Crijns |
AANMELDEN:
Aanmelden is mogelijk tot 25 augustus.
| Kosten inclusief eten | Niet-leden | € 22,00 |
| Leden | € 15,00 | |
| Studenten | € 13,50 |
Het bedrag vóór 25 augustus storten op rekening 1219.44.360 ten name van VIBA (te Best).
Er is plaats voor maximaal 25 personen, daarna sluit de aanmelding.
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
ADRES: Marc Crijns, Burg Dickerdacklaan 1, 1336 GC Almere
AANVANG: 16.00 uur
VERSLAG
door Sissy Verspeek
VIBA Op Locatie 1 september 2011 - DE BUITENKANS, ALMERE
Het was een gezellige bijeenkomst. Het was droog en zonnig. Voor de presentaties zaten we met zijn alle knus op de bank. Het heerlijke eten en drinken was verzorgd door Simone

Biologische bouw door Marc Crijns
De woning van Marc en Simone is houtskeletbouw met strobalen geïsoleerd.
De sandwich van stuc aan twee zijde van de balen zorgt voor een stijfheid van de wanden. De verdiepte stijlen (maat strobalen) zijn gemaakt van de kelderbekisting.
Dan de luchtvochtigheid in goed geïsoleerde woningen, die erg laag kan zijn in de winter. Door koude, droge lucht van buiten toe te voeren en te verwarmen kan de luchtvochtigheid nog meer dalen wat klachten kan geven.
De nodige 10 kW aan warmte wordt verkregen door van aardwarmte (8 kW), 250 m slang en een beetje (2 kW) extra. Bij de bronnen gaat het niet zozeer om de diepte maar om de lengte van het systeem.

Project proces door Chris Posma
Zo is er een ontwerpsessie geweest met de hele groep. A3tje, krijtjes, ½ uur en ontwerpen maar. Iedereen heeft nar dit half uur zijn eigen idee toegelicht. Samen met Hyco Verhaagen en Copijn zijn daarna alle ideeën samen gebracht.
Auto vrij, samenwerking met het water zijn een paar dingen waar rekening mee gehouden is.
Voor de organisatie waren er 2 bouwteams: groep 1: de gemeente en alle professionals, groep 2: met o.a. de 4 architecten: Renz Pijnenborgh, en Frans van der Werf en Jaap van der Laan.
CPO, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap door Renz Pijnenborgh
Gezond bouwen was een van de richtlijnen: natuurlijke ventilatie afvoer en toevoer, veilige ecologische bouwmaterialen, etc.
A.d.h.v. maquettes is al schuivend en overleggend gepuzzeld voor een goede situatie voor alle woningen.
Er was één detailboek voor het project, ondanks de diversiteit aan ontwerpen en architecten.
Er is radio statische onderzoek gedaan met een wichelroede om de straling van het terrein te meten. Dit is gedaan na het heien wegens mogelijke verandering in de straling.
Besluiten zijn genomen in consensus, voor de groep was dit belangrijk en effectief.
De kavels zijn gekozen op volgorde van inschrijving. Binnen 15 minuten was het rond.
Voor de tuinen is rekening gehouden met een noord of west oriëntatie wegens de avondzon.
Daar hebben wij na de presentaties en de rondleiding over het terrein van kunnen genieten onder het genot van het heerlijke eten en een wijntje.




VIBA Café 9 juni 2011 :: De bevrijding van fossiele energie

Door Andy van den Dobbelsteen
Ruimtelijke en technische oplossingen, die bijdragen aan een energieneutrale gebouwde omgeving, die onafhankelijk is van fossiele of nucleaire energie.
Ook al is dat nog niet direct aan den lijve te voelen, planners, ontwerpers en ingenieurs moeten vanaf nu binnen heel andere randvoorwaarden bezig zijn met de gebouwde omgeving.
Een van de grootste uitdagingen is een tijdige transitie naar een duurzaam energiesysteem. Ondanks een groeiende vraag naar elektriciteit is er lokaal genoeg energie te benutten danwel op te wekken, waarmee onze gebouwde omgeving onafhankelijk kan worden van fossiele en nuclaire energie.
In deze lezing wordt ingegaan op deze oplossingen.
Personalia
Andy van den Dobbelsteen is aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft hoogleraar Climate Design & Sustainability. Vanuit die positie doceert en onderzoekt hij duurzaam bouwen, met een sterk accent op de technische duurzaamheid, vooral energie, door alle schaalniveaus heen, van bouwdetail tot regionale ontwikkelingen.
Andy is daarnaast, onder andere, ook expert-auteur van de website www.duurzaamgebouwd.nl en dagvoorzitter van de Nationale Dubodagen.
AANMELDEN
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
Afmelden/annuleren niet noodzakelijk.
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
(download de presentatie in PDF formaat - 15Mb: klik op het plaatje hierboven)
Verslag
Door: Gerrit de Weerd
De bevrijding van fossiele energie
VIBA-café, 9 juni 2011 - Prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen
TU Delft, Faculteit Bouwkunde, Climate Design & Sustainability
Het is de hoogste tijd om anders te gaan plannen, ontwerpen en bouwen!
In de nabije toekomst zullen we rekening moeten houden met de gevolgen van klimaatverandering, het water- en warmte-effect, het opraken van fossiele energiebronnen en verschillende grondstoffen. Aangezien we nu nog voor 94% afhankelijk zijn van fossiele grondstoffen is de urgentie groot om met name op dat vlak maatregelen te treffen. Binnen 75 jaar zijn de fossiele brandstoffen op, inclusief uranium. En binnen 25 jaar is ons eigen aardgas op. Laten we daarom de resterende fossiele energie gebruiken voor transitie richting een duurzame energievoorziening, en niet om het fossiele tijdperk te verlengen.
De transitie wordt volgens Andy van den Dobbelsteen bewerkstelligd door een slim en bioklimatisch ontwerp, door het benutten van lokale potenties van vernieuwbare energie en restenergie en energiebesparing.
Slim en bioklimatisch ontwerpen is een ontwerpbenadering die lokale karakteristieken intelligent integreert in het duurzame ontwerp van gebouwen of stedenbouw. Uitgangspunt daarbij is het adaptieve gezonde binnenklimaat, naast het in kaart brengen van lokale klimatologische en natuurlijke omstandigheden en de gevolgen van menselijke ingrepen. Middels de daaruit afgeleide randvoorwaarden kan een slim (steden)bouwkundig ontwerp gemaakt worden.
Het in kaart brengen van lokale klimatologische en natuurlijke omstandigheden wordt Energy Potential Mapping genoemd. Voorbeelden van EPM zijn studies van de TU Delft voor de provincie Groningen, de gemeente Hoogezand-Sappemeer en een planvoorstel op basis van EPM voor Almere-Oost.
In het huidige energiesysteem gaat veel energie verloren, ook hier kan nog veel gewonnen worden.
Een slim en intelligent energiesysteem is cascaderen, en tot 6x effectiever dan het huidige energiesysteem.. Bij het cascaderen wordt restenergie doorgegeven naar een volgend bedrijf met een kleinere energievraag, deze geeft de restenergie eveneens weer door. Diverse stedelijke functies kunnen op deze manier logische combinaties vormen als gekeken wordt naar warmte-overschot, koudevraag en elektriciteitsbehoefte.
De TU Delft heeft voor Rotterdam de REAP opgesteld, Rotterdamse EnergieAanpak & -Planning, de Amsterdamse variant heet LES, Leidraad Energetische Stedenbouw.
Uit het onderzoek in Rotterdam en Amsterdam blijkt dat het slimme energiesysteem van grof naar fijn opgebouwd moet worden, cascaderend. Met op centraal niveau de grote, stedelijke systemen en decentraal de lokale wijk- of buurtsystemen. En als laatste in de keten de individuele systemen op gebouwniveau.
2025 is het ijkpunt om de opwarming van de aarde met meer dan 2 °C te voorkomen en tevens het ijkpunt voor tijdige omschakeling naar investeringen in duurzame energietechnologie. De aanpak van bestaande bouw is daarbij essentieel en het meest effectief aangezien tot 2025 maximaal 10% van de huidige voorraad vervangen kan worden. Daarnaast moet alles wat er nog bijkomt tenminste energieneutraal zijn.
Om dit doel te bereiken is een revolutie nodig: E-novatie, energierenovatie-innovatie. Oftewel transformatie van stad, buurt, gebouw en technologie.
Binnen de E-novatie is verminderen van de warmtevraag oplosbaar, lastiger is het voorzien in duurzaam opgewekte elektriciteit bij het huidige verbruiksniveau vanwege het grote ruimtebeslag van dergelijke duurzame systemen.
De financiële kant van de transitie vraagt eveneens om innovatie aangezien overheidssubsidies worden afgeschaft of beperkt ingezet. Wellicht is een revolverend fonds een beter en eerlijker alternatief, of investeringshulp waarbij bedrijven voor particulieren investeren, met terugbetalingsregeling. Of duurzaamheidsafhankelijke gemeentebelastingen, belasting op afvalwarmte en opbrengst gebruiken voor investeringen. En anders zijn er wel deals met leveranciers te sluiten, of is meedoen in Europese projecten meer dan interessant. En waarom niet gewoon investeren in goede spullen, zonder terugverdientijd?
Naast onderzoek naar innovatie en mondjesmaat implementeren zijn er echter ook plaatsen waar de transitie al in volle gang is. Freiburg is al jaren Duitslands meest duurzame stad, en het Deense eiland Samsø is dankzij windenergie en andere hernieuwbare energiebronnen al nagenoeg volledig energieneutraal.
VIBA Café 7 april 2011 :: Discussie-avond: Het Gezonde Passief-huis: De Brabantwoning.
In opdracht van 4 gemeenten en 4 corporaties met steun van de Provincie Noord Brabant is door een integraal team het concept voor de "Brabantwoning" ontwikkeld.
Het concept "Brabantwoning" is door zijn kapvorm niet afhankelijk van de locatie, is zeer low tech met gezonde natuurlijke ventilatie toevoer, heeft hoge isolatie waarden, een laag temperatuur (stralings)verwarming en gezonde bouwmaterialen. Op deze manier kan een betaalbare klimaatneutrale en zelfs een "energie nul"- woning worden gerealiseerd.
Personalia
ir.Martin Bakker, Provincie Noord Brabant, bureau milieu-innovatie, zal de teamleden inleiden.
De teamleden Chris Posma, Hans Crone, Stef Jansen en Renz Pijnenborgh zullen het concept toelichten en in discussie gaan met de toehoorders.
Binnenklimaat
Het gevaar van woningen, die niet integraal zijn ontworpen, maar wel zeer energie-zuinig moeten zijn, is dat er een ongezond binnenklimaat ontstaat.
Men is vaak te eenzijdig gericht op energiebesparing met als onbedoeld bij effect dat het een ongezonde niet-ecologische woning wordt met klachten van de bewoners.
Daarnaast worden de voorspelde energiebesparingen in de praktijk meestal niet gehaald.
Er bestaan ook misverstanden over de begrippen, die gehanteerd worden zoals:
- energie neutraal huis
- klimaat neutraal huis
- energie nul huis
- energie plus huis
- passief huis
- energie actief huis
- etc.
Brabantwoning
Dat zijn woningen, met een gezond binnenklimaat en een groot comfort, die toch energiearm en -vooral ook- betaalbaar zijn. De opvang van water en de aanwezigheid van groen versterken het wooncomfort in de wijk. Gedetailleerde berekeningen laten zien dat zo'n woning gebouwd kan worden voor starters (€ 180.000), gezin (€ 199.500) en groot gezin (€ 235.000). De prijzen zijn inclusief grondkosten. De gemiddelde energiekosten zijn 15 € per maand in plaats van het huidige gemiddelde van 90 € per maand. Natuurlijk hebben deze woningen milieuvriendelijke materialen. Voor de specialisten onder ons de woningen hebben een GPR van minstens 8,0.
citaat uit: vibaexpo.nl, brabantwoning
AANMELDEN:
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
Verslag
VIBA café 7 april 2011: Brabantwoning
Donderdagavond 7 april 2011 organiseerde de VIBA een informatieavond over de totstandkoming en inhoud van het ontwerp: ‘Brabantwoning’ . De bovengemiddelde aanmelding van 70 personen geeft aan dat er interesse bestaat voor het thema van energiezuinige en duurzame woningen. Een gezond binnenklimaat dient hier onderdeel van te zijn.

De provincie Brabant startte in 2007 het initiatief tot het ontwikkelen van een ‘ gezond passiefhuis’ : de ‘ Brabantwoning’. Dit proces zal waarschijnlijk binnenkort worden afgerond met een certificaat, waarbij ook de VIBA betrokken is.
Wat is een ‘ Brabantwoning’ ? Een ‘ Brabantwoning’ is in principe een streefconcept. Dit streefconcept is vastgelegd in een Programma van Eisen, met een ingebouwde flexibiliteit voor ontwerpers. De hoofdlijnen waar het concept zich op richt zijn ‘ duurzaam’, ‘ gezond’ , ‘energieneutraal’ , ‘ betaalbaar’ en ‘ groen’ . Gemeten met de GPR systematiek scoort het streefconcept goed. De sprekers van de avond waren de heren M. Bakker (provincie Brabant), R. Pijnenborgh (architect), H. Crone (installatieadviseur), S. Janssen (bio-diversiteit) en C. Posma (kosten en opbrengsten).

Om de ‘ Brabantwoning’ energiezuinig te maken is de ‘ Brabantwoning’ in eerste instantie zeer goed geisoleerd. Wat aan warmte niet verloren gaat, hoeft niet te worden bijverwarmd. ( Rc-waarde gevels = 8, Rc-waarde dak = 10) Oververhitting in de zomer wordt in het ontwerp opgelost door het toepassen van massieve woningscheidende wanden. De opgeslagen warmte van overdag wordt s’nachts middels spuiventilatie (dak) afgegeven. De warmte die in de winter dient te worden toegevoegd om de woning op temperatuur te houden wordt in basis verzorgd door een warmtepompboiler met als bron de ventilatielucht. Een zonneboiler zorgt voor warm tapwater; warmteterugwinning op het douchewater wordt uitgevoerd. De nadrukkelijke wens om middels natuurlijke luchttoevoer de woning van frisse lucht te voorzien wordt in het ontwerp gehonoreerd.
De stadsnatuur van de duurzame wijk van de 21e eeuw vraagt om verder te denken dan de rooilijn, is de boodschap. Watermanagement van regenwater: opvangen in reservoirs of met gevel / dakbeplantingen. De woning wordt op deze wijze in relatie tot zijn omgeving gebracht.
De woningen zijn kostentechnisch haalbaar, ook voor het lagere marktsegment. De resterende energiebehoefte is laag.
Komend jaar worden 80 woningen gerealiseerd. De ontwerpers zullen uiteindelijk hun gelijk dienen te krijgen van de toekomstige bewoners: zij zijn de personen die het ontwerp in de praktijk kunnen toetsen. De ontwerpers zien deze praktijktest met vertrouwen tegemoet.
Jan Hulsbos
VIBA Café 3 maart 2011 :: Recyclicity
Hoe transformeren we steden tot ecocystemen - door 2012Architecten, Jos de Krieger
De stad als ecosysteem
Duurzaamheid in het stadsontwerp dient te streven naar inperking van goederen en energiestromen, vooral in een locale context.
De combinatie van herwaardering van oude technieken, en het vergroenen en de miniaturisering van technologie, alsook de ongelimiteerde data-uitwissling ,maakt het mogelijk om functie-combinaties te maken, die de aanjager zijn voor regionale ontwikkeling.

Recyclicity
Geen knellende spelregels, maar nieuwe condities om het verduurzaamheidsproces in de stad te bevorderen.
We introduceren gerichte cyclifiers. Dat zijn elementen die een kringloopstad stimuleren en die anticiperen op trends en waarschijnlijkheden.
Recyclicity verbreedt een duurzame stedelijke samenleving, met korte en slimme kringlopen van fysieke en energetische stromen.

2012Architecten ziet hergebruik als een integrale ontwerpstrategie. Behalve ecologisch gemotiveerd, wordt het bureau creatief aangewakkerd en geïnspireerd door de potenties van gevonden elementen.
De ‘geschiedenis’ die inherent is aan gebruikte producten en materialen, biedt een meerwaarde als deze meegenomen wordt in nieuwe producten en combinaties.
De inzet van slim ontwerpwerk, waarbij de bestaande karakteristieken van het afval in een vroeg stadium worden meegenomen, leidt tot innovatieve toepassingen en onverwachte vormgeving.
Het bureau onderzoekt en experimenteert met materialen komstig uit permanente afvalstromen: witgoed, restmaterialen uit de automobielindustrie, materialen afkomstig uit te slopen gebouwen.
De interesse in hergebruik heeft geleid tot de publicatie Superuse en de oprichting van de online community superuse.org.
AANMELDEN:
Niet-leden: klik hier
LEDEN: aub eerst inloggen dan: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
Verslag
VIBA Café, 3 maart 2011, Recyclicity
Spreker: Jos de Krieger, architect en werkzaam bij 2012 Architecten in Rotterdam.
Leiding: Clairette Gitz,
Aanwezig: ca 25 personen.
Verslag: Jan Verkuylen.

In de aankondiging van het VIBA Café stond al een mooie beknopte toelichting waarover de jonge Delftse ingenieur ons zou onderhouden: nl. het gebruik van bestaande gebouwen, bestaand afbraakmateriaal, recycling, en dit alles om moederaarde zo weinig mogelijk uit te putten en milieutechnisch te belasten, met CO2 en ander schadelijk spul.
In 2010 is terzake de publicatie Superuse verschenen en tegelijk een on line community Superuse opgericht.
Benadrukt werd dat superuse een stap verder gaat dan cradle to cradle omdat bestaand afbraak materiaal zoveel mogelijk in tact blijft, waardoor minder energie is vereist. Uitgangspunt van C2C is, dat materiaal natuurlijk afbreekbaar moet zijn tot de elementaire deeltjes.
Binnen het uitgangspunt van het superhergebruik was er een stroom van grotere en kleinere, slimme en creatieve oplossingen die – misschien wel tot verbazing- werkelijk gerealiseerd zijn. Mooi dat er opdrachtgevers zijn die de nieuwe verkenningen werkelijk willen uitproberen.
Het meest sprekend was een nieuwe dure villa in Roombeek helemaal opgetrokken uit afval materialen. En vernieuwing van het gebouw Worm in Rotterdam op basis van de actuele duurzame en ecologische principes.
Eenvoudigere voorbeelden waren het spelen met de haspels van kabels; een pontje dat later op straat als bank fungeert. Verrassend was zeker het hergebruik van versleten wieken van de moderne windmolens. Deze grote elegante vormen werden verzaagd tot een plastisch samenstel op een kinderspeelplaats. Je moet maar op het idee komen en de buurt weten te overtuigen.
Ook passeerden mogelijkheden van superuse in bestaande woongebieden. Een slimmer patroon van de openbare ruimte creëert bijvoorbeeld mogelijkheden voor kassen tussen de huizen voor eigen groenteteelt. In woonkrimp-gebieden wordt ook opengrondstuinbouw mogelijk. 2012 Architecten werkt aan zo’n plan in Heerlen. Naast de eigen voedselvoorziening kan het gezamenlijk werken ook een positieve uitwerking hebben op de saamhorigheid in de buurt.
Een en ander is niet echt nieuws onder de zon. In tijden van schaarste is steeds teruggegrepen op het hergebruik van materialen. Zowel in het formele bouwen van tempels, kerken, overheidsgebouwen, als het informele bouwen van boerderijen bedrijven en woningen. Ook het zoeken naar het wonen en leven in direct dagelijks contact is niet nieuw. 100 jaar geleden was er de droom van de Garden Cities of Tomorrow.
Maar de algemene moraal van het verhaal betreft de zorgzame houding van de mens tegenover de materie en de natuur. En dat zal iedere generatie steeds weer moeten leren.
Geen eenvoudige opgave in onze tijd van superbonussen.
Met dank aan Jos de Krieger.
VIBA Café 6 januari 2011 :: Houtstook


HOUTSTOOK, CO2 -NEUTRAAL OF MILIEU-BELASTEND?
Wegens annulering op 2 december 2010, nu op 6 januari 2011
Biobrandstoffen en het gebruik van hout voor bijstook om CO2 reductie te kunnen bewerkstelligen staat tegenwoordig flink in de belangstelling.
Centrales worden met afvalhout bij gestookt en thuis brandhout verbranden in de houtkachel bespaart bovendien een flink deel op de stookkosten. Bij velen staat tegenwoordig (al was het maar voor de gezelligheid) een houtkacheltje ’s avonds te branden. Hoeveel dit allemaal helpt om de CO2 uitstoot te reduceren en of het milieutechnisch wel wenselijk is, dat zal deze avond flink onder de loep worden genomen. Welke keuze moeten we gaan maken? EEN OPEN HAARD, EEN HOUTCENTRALE OF HOUTKACHEL?
Personalia
Fetze Tigchelaar is in 1950 te Reduzumeen geboren in Friesland als boerenzoon met een grote belangstelling voor natuurkunde en techniek. Na de MTS- bouwkunde was hij lange tijd in de bouw werkzaam. Zijn belangstelling ging uit naar bouwbiologie gecombineerd met een totaal zelfstandige, milieuvriendelijke woningverwarming. In zijn eerste (vooroorlogse) woning bedacht hij na de energiecrisis in 1973 een zonneboiler en een eigen tegelkachel naar Midden Europees model. Het verwarmen van de woning werd voor ± 80% verzorgd door de tegelkachel. In 1986 kwam hij in aanraking met het fenomeen Finoven, een gemetselde tegelkachel volgens het Fins model. De Finoven is een in samenwerking met de universiteit in Tampera (Finland) doorontwikkelde warmteaccumulerende houtkachel. Vanaf die tijd houdt hij zich beroepsmatig bezig met het bouwen en ontwerpen van Tigchelkachels/Finovens.
AANMELDEN: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
Verslag


VIBA Café 3 februari 2011 :: Verbreding van de stedelijke wateropgave
Op weg naar een groene stedenbouw - door Hiltrud Pötz
De stad is steeds kwetsbaarder geworden voor extreme regenbuien en lange periodes van droogte als gevolg van de klimaatverandering en de toenemende verharding. De lezing zal laten zien hoe ontwerpers, planners en waterbeheerders gezamenlijk water een plek kunnen geven in de stad en een bijdrage kunnen leveren aan het vormgeven van water in de stad. Geïntegreerde oplossingen maken deel uit van het nieuwe stedelijke weefsel en dragen bij aan een nieuwe stedelijke esthetiek.

De complexe klimaatopgave vraagt naast vernieuwing in technieken om vernieuwing in processen. Aan de ene kant is een samenwerking tussen de betrokken deskundigen en overheden vereist; daarnaast zal, om draagvlak te creëren, in toenemende mate de burger bij processen betrokken dienen te worden.
Een groot deel van de maatregelen die deel uit maken van een klimaatadaptieve en -mitigatieve stad hebben ook raakvlaken met andere actuele stedelijke opgaven, zoals hittestress, biodiversiteit en luchtkwaliteit en het bevorderen van de leefkwaliteit.
Het vergroenen van steden verhoogt de sponswerking van de stad, verzacht hittestress, verbeterd de luchtkwaliteit, vergroot de biodiversiteit en verhoogt de leefkwaliteit..
Hiltrud Pötz is medeoprichter en mede-eigenaar van bureau opMAAT, architectuur, stedenbouw, onderzoek en advies'. Binnen opMAAT houdt ze zich sinds twintig jaar bezig met ontwerpen, adviseren en onderzoeken op het gebied van duurzaam bouwen.
Ze is o.a. architect van het Rijkswaterstaatkantoor Terneuzen dat met een Greencalcscore van 323 (A+) nog steeds een van de meest duurzame kantoorgebouwen van Nederland is. Daarnaast heeft ze als ontwerper verschillende particulier opdrachtgeverschap projecten gerealiseerd zoals het Kwarteel in de duurzame wijk EVA Lanxmeer in Culemborg en recent het project Hof van Heden in opdracht van de woningbouwvereniging Vestia.
opMAATnieuw adres per 1 januari 2011:Koningsplein 932611 LX DelftT 015 2138423www.opmaat.infoOntwerpen met water: droombeelden, doembeelden denkbeelden, door Siebrand Tjallingii
PRAKTIJK: De stad is steeds kwetsbaarder geworden voor extreme regenbuien en lange periodes van droogte als gevolg van de klimaatverandering en de toenemende verharding op de aardbodem. Het vergroenen van steden verhoogt de sponswerking van de stad, verzacht hittestress, verbetert de luchtkwaliteit, vergroot de biodiversiteit en verhoogt de leefkwaliteit.
DROOM: Waterstromen zijn een rijke bron voor architectendromen. Water is in de eerste plaats een spiegel, een waterval of een fontein.
DOEM: Al Gore met zijn ‘Inconvenient Truth’
DENKBEELDEN: het eeltscenario, het deltaplanscenario, het duurzame scenario.
Voor meer informatie zie bijlage (doc, 618Kb).
Sybrand Tjallingii (1941) is planoloog/stedenbouwkundige. In 1969 studeerde hij af in de landschapsecologie (biologie met vegetatiekunde en bodemkunde) aan de Universiteit Utrecht. In 1996 promoveerde hij aan de TU Delft op Ecological Conditions, een fundamentele studie naar de relatie tussen ecologie en planning. Van 1975 – 1990 werkte hij in onderwijs en onderzoek aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft. Van 1990 – 2002 was hij als onderzoeker groenbeheer en stad-land relaties verbonden aan het instituut dat nu ALTERRA heet, onderdeel van Wageningen Universiteit en Research organisatie. In 2002 keerde hij terug naar Delft waar hij tot zijn pensionering in 2006 universitair hoofddocent was bij de groep Milieutechnisch Ontwerpen van de Afdeling Stedenbouw aan de Faculteit Bouwkunde. Thans nog werkzaam als onderzoeker en adviseur op het gebied van stedebouw en planologie met water en groen als belangrijkste thema’s.
email: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
AANMELDEN: klik hier
PLAATS: Peter Schmid Auditorium, SVE (vh Stichting VIBA-Expo), De Gruyter Fabriek (vh. Bedrijvencentrum Brabant), Veemarktkade 8 gebouw B 's-Hertogenbosch
AANVANG: 20.00 uur
Verslag
3 februari 2011, Viba café, 's Hertogenbosch
Tweedelige lezing over groenblauwe stedebouw
Het centrale thema van de avond: waterhuishouding voor ecologisch verantwoorde stedebouw. De twee sprekers behandelen met name het wijkniveau met onderbouwing op grotere schaalniveaus.
{1}
Hiltrud Pötz ontwerpt met haar bureau opMAAT al ruim 20 jaar ecologisch binnen onze landsgrenzen. Ze begint nochtans met een voorbeeld uit een ander werelddeel. In het Aziatische continent is een stad gebouwd met maximaal groen en maximaal verantwoord gebruik van het daar aanwezige water. Singapore blijkt een bewijs van voorbeeldig verantwoorde stedebouw waarbij een zeer vergelijkbare levensstandaard geldt als in onze Nederlandse steden.
Voor onze steden stelt Hiltrud dat we met groene stedebouw zeven vliegen in één klap kunnen slaan:
- biodiversiteit,
- watermanagement,
- hittestress,
- luchtkwaliteit,
- grondstoffen verbruik,
- betrokkenheid van bewoners,
- voedseltekort.
Verstedelijking van de wereld maken de voedingsbodem voor deze uitdagingen extra vruchtbaar. De zeven uitdagingen zijn allemaal belangrijk, met een nadruk op de waterhuishouding. Slim watermanagement biedt goede combinaties en uitkomsten om de andere uitdagingen te verwezenlijken in een ecologisch verantwoorde wijk.
Water in een wijk zou als in een kringloop moeten functioneren. Derhalve is met name buffering noodzakelijk. Daarnaast sponswerking door de grond te infiltreren, te ontharden, regenwater te reinigen en hergebruiken. Groen speelt hier een vanzelfsprekende rol in.
Een opvallende constatering met betrekking tot (bio)diversiteit is dat voor de meeste soorten geldt dat in steden een grotere variëteit voorkomt dan op het platteland. Hiltrud onderbouwt dit met de vergelijking tussen een gebouw en een steen in het landschap. De steen in het groen is verantwoordelijk voor een aantal micro klimaten die we in steden veel bewuster kunnen inzetten.
Voor de besproken referenties zie: www.water-in-zicht.nl
{2}
Het tweede deel van de avond gaat over een nieuwe rol voor water in de stad. Sybrand noemt water zodoende 'een rijke bron'.
De nieuwe rol van water in de stad zou een droom kunnen vervullen, maar bevindt zich ergens tussen het droombeeld en het doembeeld dat we van water in de gebouwde wereld hebben.
Het doembeeld zet mensen aan om te werken aan een betere waterhuishouding. Berekenend en gericht op fysieke controle.
Het esthetische droombeeld zou niettemin de motivatie moeten zijn in plaats van de angst gedreven controle mechanismes. De werking van de natuur om ons heen is eenvoudig met de menselijke droombeelden te combineren.
Voor de verschillende modellen die Sybrand presenteert (zie doc) legt hij het Ecópolis kader aan de basis. In dit kader wordt samenhang bepleit tussen de Actoren, Gebieden en Stromen voor een stedebouwkundig plan. De Actoren scheppen voorwaarden voor samenwerking & innovatie, Gebieden voor natuur & cultuur en de Stromen voor gezondheid & gebruik. Samen wordt het watermanagement principe in een vaste volgorde nagestreefd: [1] vasthouden, [2] bergen, [3] afvoeren.
Voor water als rijke bron blijft ondanks alles gelden dat voor elke situatie zorgvuldig afwegingen gemaakt moeten worden voor een balans tussen opvangen en afschermen.
Willem Doreleijers

Even geduld ...


