VIBA

Groen (en landschap)

Deze pagina:
Ecologische systemen
Groen in wijk
Vruchten
Groen in de architectuur
Buffer
Artikelen en links

Flora en fauna vormen met mensen samen het leven op aarde. Zijn ze in onze omgeving aanwezig, dan vatten we dat in het algemeen op als levendig, gezond en sfeervol. De zorg voor planten en dieren op korte termijn, en het scheppen van goede voorwaarden voor hun overleven op langere termijn, zijn daarom bij uitstek taken die VIBA zich stelt. Met plannen, bouwen en beheren kan grote invloed worden uitgeoefend op organismen in de omgeving. Dat begint met het besef dat als gevolg van onze consumptie hier, oerwouden en andere natuurgebieden elders in de wereld niet aangetast zouden mogen worden, waarover meer op andere plekken in deze notitie.

VIBA staat voor het actief inzetten van groen als ontwerpinstrument, als landschappelijke, stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde, als levende kunst in en rond gebouwen, als milieuzuiveraar of klimaatregeling. Maar VIBA ziet groen ook als een zichzelf vernieuwende bron, die een rol kan spelen bij bouwen en wonen, in de vorm van bouwmateriaal of brandstof, als leverancier van voedsel. Een aantrekkelijke vormgeving van deze functies in de directe woonomgeving levert inzicht op in natuurkundige en biologische processen (ook voor kinderen) en kan het verantwoordelijkheidsgevoel voor de aarde in het algemeen vergroten.


Ecologische systemen
Flora en fauna vormen samen met water en bodem ecologische systemen, die een reinigend en zelfherstellend vermogen hebben. Aantastingen door mens en klimaat kunnen keer op keer worden hersteld, op voorwaarde dat de systemen niet overbelast worden en dat een grote diversiteit aan soorten het systeem minder kwetsbaar maakt. De ecologische hoofdstructuur en daaraan verbonden groene en blauwe gebieden (ook landbouwgronden) in Nederland, maar ook op zichzelf staande ecosystemen in stedelijk gebied vragen dus om bescherming en versterking. Het behoud en de uitbreiding van ruimte daarvoor is een voorwaarde. VIBA houdt zich met dit doel niet rechtstreeks bezig, maar onderschrijft het werk van organisaties die daar op gericht zijn.

VIBA staat terughoudend tegenover het bouwen in gebieden die deel uitmaken van ecologische (hoofd)structuren en groengebieden met een grote cultuur- en natuurhistorische waarde, en denkt daarbij niet alleen aan de risico's voor beeldkwaliteit, maar vooral aan de met nieuwe functies en gebouwen gepaard gaande infrastructuren en natuur- en milieubelastende activiteiten (luchtverontreiniging, nachtverlichting, geluid). Wordt er toch gebouwd, dan bestaat er een grote verantwoordelijkheid te zorgen voor een visuele en functionele inpassing in het bestaande landschap en voor de compensatie van aangetast groen.
Autarkisch wonen, waarbij gebouwen en de bewoners zelf zorgen voor onder meer energievoorziening, reiniging van afvalwater en voedselproductie, zou daar eventueel op z’n plaats zijn.

Bouwwijzen waar VIBA voor staat vormen daarvoor een goede basis. Het is uitdrukkelijk niet wenselijk om overal kleine nederzettingen te realiseren, en daarmee vele gebieden te bedreigen. Als er voor bouwprogramma’s aanspraak gemaakt moet worden op groene gebieden, dan heeft het de voorkeur van VIBA een enkel gebied te onttrekken aan de hoofdstructuur, en dit te bebouwen in een hoge dichtheid, zodat andere gebieden van bebouwing worden gevrijwaard. Voor het nieuwe bebouwde gebied geldt dat groen als een belangrijke functie moet worden gezien, die afgewisseld en gestapeld kan worden met andere functies, zodat het gebied niet alleen compact, maar ook compleet is.


Groen in de wijk, buurt en straat
Bouwen in of in aansluiting op bestaand bebouwd gebied, op het niveau van wijken, buurten, parken, pleinen en straten, nodigt uit tot het verrijken van het gebied met nieuwe groenvormen: groendaken, groene gevels, boomaanplant, aanleg natuurlijke oevers en houtwallen, nestelgelegenheid aan gebouwen. Deze vormen zijn ook alle geschikt om toe te passen in bestaande gebieden, waar grote ingrepen aan gebouwen niet actueel zijn. Ze vergroten de biodiversiteit en andere kwaliteiten van de  omgeving, leveren een zekere bijdrage aan een gezond microklimaat, en worden door bewoners meestal erg gewaardeerd.

Een groene omgeving nodigt door het mooie uitzicht (ook in detail), de natuurlijke geluiden en frisse geuren uit tot buiten zijn, tot buiten recreëren en spelen. Dat is gezond en fijn en voor kinderen zelfs onontbeerlijk voor hun motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling. Aan de hand van afwisselende natuurlijke speelaanleidingen kunnen zij hun fantasie ontwikkelen, hun lichamelijke en sociale grenzen leren ontdekken en inzicht krijgen in ruimtelijke, natuurkundige en biologische processen: het weer, de seizoenen en de tijd, licht en schaduw, zwaartekracht, eetbaarheid, groei en dood e.a.

Voorwaarde voor vrij buiten spelen is wel dat een aantal negatieve aspecten van groen dichtbij huis wordt voorkomen: er moet gelet worden op voldoende verkeers- en ongevalsveiligheid en gewaakt worden over de hygiënische kwaliteit (dieren, zwerfvuil). Daarvoor kan het nodig zijn hier en daar voor omheiningen of zichtlijnen te zorgen en op bepaalde plekken intensief te beheren. Erg giftige en schadelijke planten (Berenklauw, planten met rode sappige besjes) kunnen beter verwijderd worden uit de speelomgeving.


Vruchten
De genoemde kwaliteiten van groen in de woon- en werkomgeving kunnen gecombineerd worden met eetbaarheid, materiaal- en energievoorziening. Bewoners die dat willen kunnen zelf een rol spelen bij de teelt. VIBA stelt zich daarbij niet zozeer de klassieke volkstuincomplexen voor, maar een menging van diverse groenfuncties. Kies voor beuken-, noten- en tamme kastanjebomen in de openbare ruimte, zet een appel- of perenboom in je tuin, maak de tuinafscheiding van frambozenstruiken, maak een siertuin van gekleurde kolen, creëer een openbare kruidentuin. Moestuintjes liggen dichtbij huis, in een overgang van privé naar publiek domein.

Ook kleinschalige bedrijfsmatige (biologische) voedselproductie met gewassen en (klein)vee kan prima geďntegreerd worden in een woonwijk en van grote betekenis zijn voor de contacten tussen mensen. Hetzelfde geldt voor een kleinschalig productiebos, waaruit hout voor eigen gebruik kan worden gewonnen. Zo kunnen ook wilgentenen, houtspaanders en andere producten worden ingezet voor de inrichting van de openbare ruimte, inclusief waterpartijen.

Afval van planten en dieren kan worden ingezet in een biogascentrale op wijkniveau, waarbij het uit organisch afval gewonnen gas wordt omgezet in warmte en elektriciteit. Zo wordt transport voorkomen en kan aan (een deel van) de eigen energievraag worden voldaan.


Groen in de architectuur
Architecten laten zich meer of minder inspireren door de verschijning van planten, plantengroepen en landschappen. In de architectuurgeschiedenis zijn er dan ook vele stromingen waarbij maten en verhoudingen van ruimten, de vormgeving van constructies of detailleringen en decoraties natuurlijke en plantaardige kenmerken dragen. Dergelijke uitgangspunten worden binnen VIBA op dit moment door een meerderheid van de leden gewaardeerd.

Dat we in Nederland gemiddeld 90% van de tijd verblijven in onze woning en andere gebouwen, is mogelijk een verklaring voor het feit dat we daar planten (en dieren) hebben binnengehaald en hebben ontdekt dat die in meerdere opzichten een gunstige bijdrage leveren aan het binnenmilieu en ons eigen welbevinden. Alleen al het zicht op planten heeft een positieve werking. Uit onderzoek blijkt dat in kantoren de arbeidsproductiviteit aanwijsbaar verbetert als de medewerkers visueel contact hebben met planten. Kunnen er om bepaalde redenen geen planten staan in een verblijfsruimte (bijvoorbeeld ziekenhuiskamer of productieruimte), dan is het in ieder geval gewenst uitzicht op planten te creëren. Liefst levend groen, maar desnoods een mooie poster met een natuurafbeelding of kunstplanten. Zelfs een effen groen kleurvlak kan de concentratie, rust en ontspanning in een ruimte verbeteren. Daarover meer bij het thema ‘Licht en zicht’.


Buffer
Planten en de aarde waar ze in staan hebben enige temperende werking op geluid, hitte, droogte en stof. Deze kwaliteiten kunnen actief worden ingezet bij het ontwerp en de inrichting van gebouwen, ten gunste van wie er verblijft. Eerder genoemde vormen als dak- en gevelbegroeiing zijn te beschouwen als een extra buffer rond gebouwen. Op een warme dag beschermen ze de bouwkundige constructie. Lucht die er langs of overheen stroomt voordat deze het gebouw in gaat voor ventilatie, koelt een beetje af en wordt van wat stof ontdaan (dit principe houdt geen stand op continu  milieubelaste locaties).

Binnen draagt de verdamping van water en de omzetting van kooldioxide in zuurstof door planten bij aan de klimaatbeheersing. Ze kunnen niet statisch opladen en zijn soms in staat bepaalde schadelijke chemische stoffen en hinderlijke geurtjes uit de binnenlucht te neutraliseren. Vanwege de risico’s voor schimmelgroei en insectenplagen is het wel gewenst planten in het binnenmilieu goed te verzorgen, wat begint bij bepaling van de juiste plek, pot en voedingsbodem voor een plant. Vanwege het zuurstofgebruik tijdens de nacht en vanwege schimmelgroei is het niet gewenst veel planten te houden op slaapkamers.


Artikelen en links



 
Viba-Café
2 september 2010
 
VIBA-café op locatie

 
Aanmelden!
 


Architecten,
Adviseurs
Bouwers
met
visie:
 

 
VIBA-bedrijfsleden
 

 

Expositie Ecologisch Bouwen
 
Zoeken
op de website
 
 
Disclaimer
 © 2010 VIBA Vereniging