VIBA

Energie

Deze pagina:
Trais Energetica
Randvoorwaarden
Maatregelen
Andere schaal
Links

VIBA onderschrijft het overheidsbeleid, waarbij energie-extensivering is benoemd als één van de drie pijlers van duurzaam bouwen. De winning, productie en verbranding van fossiele brandstoffen wordt door veel deskundigen gezien als de meest schadelijke milieuvervuiling en velen wijden aan de beperking daarvan dan ook al hun aandacht. Ook binnen VIBA zijn er veel leden die zich specifiek inzetten voor energiesparende bouwmethoden en de ontwikkeling en toepassing van duurzame energiesystemen.


Trias Energetica
Voor de aanpak wordt vaak de ‘Trias Energetica’ gehanteerd:

  • Verminder de energievraag (door compact bouwen, isolatie, nachtkoeling, zonwering, vraaggestuurde regelingen, bewonersgedrag;
  • Zet duurzame energiebronnen in (passieve en actieve zonne-energie, wind, aardwarmte, biomassa en waterkracht);
  • Gebruik (fossiele) brandstoffen zo zuinig mogelijk (HR+-apparatuur, warmtekrachtkoppeling, lage temperatuurverwarming, warmteterugwinning, spaarverlichting).

Er bestaat discussie over de zinnigheid van deze volgorde. In praktijk wordt er vaak van afgeweken om technische, praktische of financiële redenen. VIBA staat in ieder geval voor grote inspanningen op alle drie stappen.


Randvoorwaarden
De belangrijkste randvoorwaarde bij het optimaliseren van het energiegebruik is voor VIBA het streven naar inzichtelijke en natuurlijke energieprocessen, die recht doen aan de essentiële kwaliteiten van gebouwen, zoals functioneel en flexibel ruimtegebruik en gezonde binnenlucht. Thermisch comfort is zo’n belangrijk item in de bouwbiologie, dat VIBA er een apart thema van heeft gemaakt.


Maatregelen
De volgende maatregelen sluiten aan bij de energiedoelstellingen van VIBA:

  • Verkaveling en oriëntatie van gebouwen zodanig kiezen dat er optimaal gebruik kan worden gemaakt van actieve en passieve zonne-energie.
  • Een energievoorziening op wijk- of lager niveau in plaats van of in combinatie met een grootschaliger voorziening, bevordert het bewustzijn over en het veantwoordelijkheids-gevoel voor energievraagstukken. Een wijkvoorziening heeft het voordeel dat in woningen en gebouwen de hoeveelheid apparatuur beperkt kan blijven, en dat er efficiënt gebruik gemaakt kan worden van verschillende energiebronnen, zoals biogas, zonnewarmte, aardwarmte en aardkoeling. Een collectief warmtenet met een reguliere warmtekrachtkoppelingsunit kan ook op termijn worden gecombineerd met duurzame bronnen.
  • Gebouwen met massa, bufferruimtes (tochtportaal, serre) en geïntegreerde zonwering kunnen bescherming bieden tegen hitte, kou en grote temperatuurschommelingen.
  • De hoge isolatiewaarde wordt gelijkmatig verdeeld over het gebouw, met extra aandacht voor een droge, warme en dichte begane grondvloer (ook al wordt deze kwaliteit in de Energie Prestatie Normering niet goed gewaardeerd). Isolatiematerialen zijn onverdacht wat betreft emissies van vezeltjes of chemische verbindingen.
  • Verblijfsfuncties worden gesitueerd aan de zonzijde van het gebouw (iets minder van toepassing voor werkgebouwen); functies die afkunnen met een wat lagere (stabiele) temperatuur en koelingsapparatuur worden gesitueerd aan de koele kant. In woningbouwprojecten moeten zonodig meerdere plattegronden worden ontwikkeld om per woning meerdere kamers op de zon te kunnen oriënteren.
  • Een zuinige en schone vuurplaats (gesloten luchtsysteem) in het zicht komt tegemoet aan lichamelijke en emotionele (spirituele) behoeften.
  • Stralingsverwarming door passieve zonne-energie en door (extreem) lage temperatuursystemen biedt veel voordelen voor de gezondheid ten opzichte van convectieverwarming en verwarming met hoge temperaturen. Met vloer- of wandverwarming kan bij een lagere luchttemperatuur een goed en stabiel thermisch comfort worden gerealiseerd, zonder stofwerveling en stofverbranding, zonder gevaar voor verwonding en met sterke vermindering van tochtgevoelens. Als gevolg van de opwarming van bouwdelen en inrichtingselementen zal de relatieve vochtigheid aan het oppervlak afnemen, wat gunstig is voor het vermijden van huisstofmijten en schimmels (zie ook de thema’s Lucht en Thermisch comfort).
  • Energieverlies als gevolg van ventilatie wordt beperkt door de toepassing van buffers rondom de woning, door te werken met lage luchttemperaturen (mogelijk gemaakt door  stralingsverwarming) en door niet te weinig maar ook niet teveel te ventileren, eventueel met behulp van intelligente regelingen. Door het vermijden van luchtverontreiniging binnenshuis, door vochtige ruimten gecompartimenteerd aan de gevel te leggen en door bouwmaterialen mee te laten werken aan het opvangen van vochtpieken, hoeft het ventilatiesysteem niet vaak op hoge capaciteit te draaien. De terugwinning van warmte uit ventilatieluchtafvoer is van aanmerkelijk belang, waarbij VIBA liever ziet dat deze warmte wordt toegevoegd aan een warmtepompboiler voor verwarming of warm tapwater, dan dat deze wordt toegevoegd aan ventilatieluchttoevoer, die om die reden dan mechanisch in plaats van natuurlijk zou moeten plaatsvinden (zie ook de thema’s Lucht en Thermisch comfort).
  • Daglicht is superieur aan kunstlicht en wordt dan ook uitgebuit; in kantoren met behulp van daglichtsturing, en gecombineerd met zonwering. Het karakter van licht uit de verschillende windstreken wordt bewust gebruikt voor situering van specifieke functies: creatief werken op het oosten, communiceren op het zuiden, beleidswerk en reflexie op het westen, en administratie en gestage arbeid op het noorden. Kunstverlichting moet daglichtsituaties (positie, richting, kleur) zoveel mogelijk nabootsen, en daarnaast zorgen voor bij-, sfeer- en noodverlichting (zie ook het thema Licht en zicht).
  • De negatieve invloed van elektrische en magnetische velden als gevolg van elektrische installaties moet zo veel mogelijk gereduceerd worden (zie ook het thema Straling).
  • Goed bereikbare, veilige en gemakkelijke bedieningsmogelijkheden bevorderen het juiste, gewenste gebruik en het gevoel van controle. Regelingen zijn zo ingericht dat er per ruimte (woningen en andere gebouwen) keuzes kunnen worden gemaakt voor verwarming, ventilatie, verlichting en zonwering. Bij oplevering van de woning of werkplek wordt een aantrekkelijk vormgegeven schriftelijke gebruiksaanwijzing ter beschikking gesteld, met een laagdrempelig taalgebruik en in talen die veel worden gesproken in Nederland. Verder is voor een goed gebruik van voorzieningen meer begeleiding en herhaling van persoonlijke informatie gewenst.


Andere schaal
Genoemde voorbeelden zijn vooral van toepassing op woningen en andere gebouwen. Energiebesparing als gevolg van het verminderen en veranderen van (auto)mobiliteit en bij infrastructurele werken sorteert waarschijnlijk een groter effect dan verdere besparingen in gebouwen, waar het einde van de mogelijkheden niettemin nog lang niet in zicht is. VIBA onderschrijft het werken aan de milieutechnische verbeteringen in deze sectoren, maar rekent ze niet tot haar werkveld. Wel geldt dat voor de energie-efficiëncy van de woonomgeving. Voorbeelden zijn de inzet van zonnepanelen voor stand-alone verlichting en parkeermeters en kleine windmolens voor gemaaltjes e.d. Veel effect kan worden gesorteerd door de toepassing van hoogfrequente spaarlampen en bewegingsschakelaars (aanwezigheidsdetectie) in openbare verlichting. Het lichtplan moet worden afgestemd op aanwezige begroeiing en aspecten van veiligheid, en de armaturen met zorg vormgegeven.


Voorbeelden, artikelen en links:


 
Viba-Café
2 september 2010
 
VIBA-café op locatie

 
Aanmelden!
 


Architecten,
Adviseurs
Bouwers
met
visie:
 

 
VIBA-bedrijfsleden
 

 

Expositie Ecologisch Bouwen
 
Zoeken
op de website
 
 
Disclaimer
 © 2010 VIBA Vereniging